Ook de nieuwsbrief van CBK Zeeland ontvangen? Schrijf je in!

Slibboekje 131

De Wind Marinus Boezem

Het ongrijpbare verschijnsel wind wordt in dit bijzonder vormgegeven Slibdeeltje op alle mogelijke manieren voelbaar, tastbaar, hoorbaar, zichtbaar en bespreekbaar gemaakt.
Vanaf de jaren zestig overschrijdt het werk van Marinus Boezem steeds opnieuw en in verschillende richtingen de grenzen van de traditionele beeldhouwkunst. Hij verzette zich tegen het idee dat een beeld een concreet, tastbaar object zou moeten zijn dat uitgevoerd wordt in steen, hout, brons ijzer, aluminium of kunststof. Boezem koos zijn eigen omgeving en later de gehele wereld als uitgangspunt en als materiaal voor zijn kunst. In zijn werk, waarin het concept centraal staat, laat hij leven en kunst in elkaar overgaan.
In de tweede helft van de jaren zestig speelde hij een belangrijke rol in de nationale en internationale ontwikkelingen in de beeldende kunst. In 1969 nam hij deel aan de spraakmakende tentoonstelling van conceptuele kunst ‘Op Losse Schroeven’ in het Stedelijk Museum Amsterdam, waar hij kussens en lakens uit de ramen van het stedelijk Museum hing en zo met kunstenaars als Dibbets, Van Elk, Nauman, Merz, Fabro, Pistoletto de grenzen van de aanvaarde kunst demonstratief overschreed.
Veel van zijn vroege werken gaan over wind en lucht. ‘Wind is zo immaterieel, dat het voor mij interessant was om te proberen dat tot sculptuur te maken’. Hij signeert een ventilator, als instrument dat wind creëert en hij plaatst tafeltjes met dunne witte tafelkleden, die golven ten gevolge van de luchtstroom veroorzaakt door een ventilator.
Wind en temperatuur spelen tevens een rol in zijn ‘weerberichten’. Gedurende een maand stuurde hij dagelijks aan een aantal kunstvrienden en musea de weerkaart van 26 september 1968, met de hogedrukgebieden, depressies, windkracht, etc. Op deze wijze verklaarde hij opnieuw de gesteldheid en de dynamiek van het luchtruim tot een onmetelijk groot steeds veranderend kunstwerk.